Wat evalueren we?
Je rapportcijfer wordt bepaald door de evaluatie van heel wat gegevens:

- Leerstof, vaardigheden, studiehouding en attitude

Naast je verwerking van de leerstof en de manier waarop je vaardigheden oefent, maakt je studiehouding (of leerattitude eveneens deel uit van de evaluatie.21

Voorbeelden hiervan zijn je aandacht, je taakaanvaarding, de wijze waarop je je agenda invult, waarop je je schriften verzorgt...

Tenslotte wordt ook je gedrag in alle schoolse situaties beoordeeld, dus ook tijdens de studie-uitstappen en de buitenschoolse activiteiten.

- Schriften en andere notities

Vul ze steeds netjes, nauwgezet en volledig in. Volledige, duidelijke notities zijn de allereerste voorwaarde om efficiënt te kunnen studeren. Ze zijn de basis van elke goede studiemethode.

Je leerkrachten kunnen steeds je notities opvragen en je een cijfer toekennen voor de volledigheid, netheid en orde van je documenten.

- Doelen die nagestreefd worden voor de verschillende vakken (zie het verwachtingspatroon)

Bij het begin van het schooljaar ontvang je van je leerkrachten een verwachtingspatroon. Het is een aanvulling op het schoolreglement, die specifiek geldt voor het betrokken vak. Je vindt erin wat van je verwacht wordt om optimaal te presteren voor dat vak.

- Onderzoekscompetenties

p1010570-bIn de derde graad van het Algemeen Secundair Onderwijs situeert het verschil tussen de studierichtingen zich op het niveau van het specifieke gedeelte (naast de vakken van de basisvorming), waarvoor op het einde van de graad specifieke eindtermen moeten worden gerealiseerd.

Die eindtermen worden niet geformuleerd voor afzonderlijke vakken, maar voor het geheel van de polen, nl. voor economie, humane wetenschappen, Latijn, wetenschappen, wiskunde en moderne talen. Voor elk van de polen geldt een onderdeel ‘onderzoekscompetenties’.

Het nastreven van onderzoeksvaardigheden sluit aan bij de noodzaak leerlingen efficiënt en effectief te leren omgaan met de veelheid aan informatie en die om te zetten naar bruikbare kennis. Ze vormen een belangrijke voorbereiding op verdere studies.

Onze school maakt de volgende afspraken i.v.m. de evaluatie van de onderzoekscompetenties:

  • de onderzoeksopdracht is verplicht voor alle leerlingen van de derde graad ASO;
  • de onderzoekscompetenties worden georganiseerd in het 2de leerjaar;
  • de onderzoeksopdracht is bij voorkeur een groepswerk, maar wordt individueel geëvalueerd via een persoonlijk logboek;
  • de evaluatie gebeurt op basis van criteria die op het pedagogisch college werden besproken en zowel het proces als het eindproduct wordt geëvalueerd;
  • de evaluatie loopt parallel met de vier fases van de onderzoeksopdracht en valt binnen de vakken van de pool;
  • het eindresultaat (optelsom van de resultaten van de verschillende fasen) is gelijk aan 30% van het dagelijks werk van DW3;
  • de behaalde resultaten worden door de leerlingen genoteerd op een overzichtsblad dat ze in hun map Onderzoekscompetenties bijhouden;
  • de verantwoordelijke leerkracht en de ouders handtekenen wanneer er evaluaties worden genoteerd;
  • het eindresultaat (optelsom van de resultaten van de verschillende fasen) delen we mee in een extra rapport dagelijks werk ‘Onderzoekscompetenties’ met het overzicht van de behaalde resultaten en de nodige commentaar.

- Projectenfietsers-b

Tijdens de vakgebonden en/of vakoverschrijdende projecten kan ook een procesevaluatie ter sprake komen : dit betreft het evalueren / beoordelen van je leerproces, nl. heb je de deelstappen die moeten leiden tot het uiteindelijke doel, onder de knie?

 

 

Laatste aanpassing op dinsdag 16 maart 2010 21:15