Geschiedenis van de school
In de middeleeuwen was het onderwijs uitsluitend in handen van de geestelijkheid. Naarmate de steden zelfstandig en zelfbewuster werden, kwam het hoe langer hoe meer tot een vergelijk tussen de kerkelijke en de stedelijke overheid. De stad richtte een school op en de geestelijke overheid stelde de onderwijsgevenden aan.
We weten dat er in Diest in de 15de eeuw een Latijnse school bestond, een bekende oud-leerling ervan is de humanist Nicolaas Cleynaerts (1493-1542).
In 1614 werd de Diestse Latijnse school in concessie gegeven van de Augustijnen, in 1712 zegde de stad het akkoord met de Augustijnen op en besliste een college op te richten dat volledig van de stad zou afhangen: het Sint-Dionysiuscollege.
In 1775 werd het stadscollege opnieuw aan de Augustijnen toevertrouwd. Tijdens het Oostenrijks bewind werden de Theresiaanse colleges (de eerste rijksscholen) opgericht, evenwel niet in Diest.
Het onderwijs kwam toe aan de staat. Het Franse bewind schafte de bestaande scholen af, Willem I nam die politiek over en richtte een Latijns college met internaat op.
Na de omwenteling van 1830 werd het Latijns college opnieuw stadscollege.
In 1850 besliste de regering dat er in elke provinciehoofdstad een atheneum moest komen en in een aantal andere steden een middelbare school voor lager middelbaar onderwijs. De bestaande scholen voor middelbaar onderwijs zouden naar het model van de athenea hervormd worden en colleges genoemd worden, ze zouden dan onder staatscontrole geplaatst en gesubsidieerd worden.
In 1852 werd de Rijksmiddelbare School met Voorbereidende afdeling opengesteld. De nieuwe Rijksmiddelbare School en het College namen vanaf 1853 hun intrek in de Lakenhalle. Ze bleven er tot 1921. De stad droeg de kosten van de gebouwen en ongeveer de helft van de andere kosten. In
1881 worden beide scholen verenigd.
In 1921 werd het college volledig door de staat overgenomen en kwam er een Rijksmiddelbare School met Atheneumafdeling. De school verliet de Lakenhalle en werd overgebracht in het oude wezengesticht en in de Overstraat.
In 1947 werd de officiële naam van de school "Koninklijk Atheneum" en in 1951 nam een deel van de school haar intrek in de gebouwen aan het Weerstandsplein. In 1959 waren laboratoria, turnzaal, administratieve lokalen, keuken en eetzaal klaar.
Vanaf 1970 werd het V.S.O ingevoerd in het rijkssecundair onderwijs. In het K.A. Diest werd de omschakeling aangevat in 1971; daardoor verloor de school het eerste en het tweede leerjaar van het middelbaar onderwijs, de volgende vier leerjaren werden vervangen door twee oriënterings- en twee determinatiejaren.
In 1989 begint een nieuwe fase. Als gevolg van de federalisering wordt Onderwijs een materie voor de nieuwe Vlaamse Gemeenschap.
Alle rijksscholen worden ondergebracht in de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, de ARGO. Gelijktijdig wordt de eenheidsstructuur ingevoerd voor alle Vlaamse scholen en spreken we van 1ste, 2de en 3de graad.
2000 betekent de opstart van de scholengroepen. De gemeenschapsscholen van de regio's Aarschot, Diest en Tessenderlo vormen samen scholengroep 12 Adite.
Op dinsdagavond 30 maart 2010 vierde Scholengroep Adite zijn tienjarig bestaan met een schitterende happening in zaal Den Egger in Scherpenheuvel-Zichem. Lees meer over deze feestzitting.