Wiskunde in de tweede graad ASO

Wiskunde wordt in de tweede graad met een verschillend aantal lestijden - 4 uur of 5 uur - gegeven:

-          In de richting Wetenschappen volgen alle leerlingen 5 uur wiskunde.

-          In de studierichtingen Latijn, Economie en Humane wetenschappen is wiskunde met 4 wekelijkse lestijden een deel van de basisvorming.

-          In de studierichting Latijn kan het aantal wekelijkse lestijden wiskunde vanuit het keuzegedeelte uitgebreid worden met één lesuur. Zij volgen dan de cursus 5 uur wiskunde.

De cursus 5 uur wiskunde stelt hogere eisen aan de leerlingen bij wie in de eerste graad voldoende aanleg en interesse moet zijn vastgesteld. Het advies dat door de klassenraad op het einde van de eerste graad wordt geformuleerd, bevat natuurlijk belangrijke informatie. Het is niet omdat Wiskunde zogezegd belangrijk is dat alle leerlingen Wiskunde op het moeilijkste niveau moeten of kunnen volgen. De bedoeling van de keuze tussen 4 en 5 uur is dat elke leerling zich maximaal kan ontplooien.

Vermits de beginsituatie voor alle leerlingen bij de aanvang van de tweede graad dezelfde is, zullen bij de start van de tweede graad de leerinhouden van 4 uur wiskunde en 5 uur wiskunde samenvallen en zullen heel wat doelstellingen overeenkomen. Toch ontstaan er gaandeweg duidelijke verschillen tussen beide groepen.

4 uur per week

De cursus behandelt meestal alleen de basis. De leerlingen worden meer geleid en begeleid.

5 uur per week

De gemeenschappelijke basisleerstof wordt  meestal grondiger en theoretischer uitgewerkt: er wordt méér leerstof gezien en er is meer uitbreiding. De gebruikte wiskundetaal is abstracter en er worden hogere eisen gesteld aan exactheid van berekening, de verwoording van verklaringen, de helderheid van redeneringen.

Het leertempo ligt beduidend hoger.

Leerlingen zullen geleidelijk aan leren "zelfsturend" werken: van de leerlingen wordt verwacht dat ze al een klein onderdeel van de leerinhouden zelfstandig kunnen verwerken. De leerlingen moeten creatief zijn in het bedenken van oplossingen, moeten zelf veel initiatief nemen en moeten vlot met rekentechnieken kunnen omspringen. Dit veronderstelt natuurlijk voldoende capaciteiten, interesse en motivatie.

Op het einde van de tweede graad staan de leerlingen opnieuw voor een keuze in hun studieloopbaan. Daarom zal in de tweede graad (en vooral in het tweede jaar van de tweede graad) deze oriëntering voorbereid worden. De leerlingen zullen geconfronteerd worden met alle aspecten van wiskunde (zowel basis en uitbreiding) en ze zullen uitgedaagd worden om de grenzen van hun mogelijkheden af te tasten om zo een eerlijk en reëel beeld van hun mogelijkheden en interesses te vormen.

Het aantal gevolgde lestijden in de tweede graad heeft omwille van het oriënteringskarakter consequenties voor de keuzemogelijkheden in de derde graad. In de derde graad kan men Wiskunde volgen met 3, 4 of 7 uur per week. De cursus 4 uur Wiskunde sluit aan bij 3 uur Wiskunde in de derde graad. De cursus 5 uur Wiskunde sluit aan bij 4 of 7 uur Wiskunde in de derde graad. In de derde graad kunnen de leerlingen die 3 of 4 uur wiskunde volgen weliswaar 2 uur extra volgen binnen de vrije ruimte.

Laatste aanpassing op vrijdag 26 maart 2010 22:15